Tekst van Marion Vredeling

Hoe draagt een , als vorm van informatie delen, bij aan het behalen van de doelstellingen van de TU Delft Library? En welke waarde heeft het proces van co-creatie met een doelgroep – zoals bij de totstandkoming van de meest recente tentoonstelling, Impact! – voor ons als Library? Over die vragen ging ik in gesprek met Wilma van Wezenbeek, directeur TU Delft Library.

Om te beginnen vroeg ik Wilma naar de context aan waarbinnen we een activiteit als een tentoonstelling moeten positioneren. Wilma: “De Library heeft vier te ontwikkelen domeinen benoemd. Een daarvan is ‘Library Environment’. De ambitie voor dit domein is dat we in 2020 – zoals dat ook nu al het geval is – als Library nog steeds een inspirerende plek bieden, waar het prettig vertoeven is, waar je prettig kunt leren en studeren, maar waar je ook andere zaken tot je kunt nemen. In het verleden waren het de boeken zelf, die met hun inhoud inspireerden. Maar in deze tijd is dat – onder meer door de digitalisering – anders geworden. Daarom denken we nu als Library na over andere middelen, andere inhouden en andere vormen om diezelfde inspiratie te brengen als indertijd, maar dan op een eigentijdse wijze. Dat is de basis van wat we willen laten zien; dat we informatie ook op een andere manier onder de mensen brengen.”

Rechts kunstenares Emilie Buist. Links Marco den Os, medewerker van de Library.

Mijn volgende vraag betrof het Library-gebouw zelf. Wat maakt dat het hier anders is om bij elkaar te zijn, anders dan bijvoorbeeld in een coffeecorner of bij de Starbucks? Daar zitten mensen toch ook een beker koffie te drinken en een boek te lezen? “Hier in de Library weet je altijd zeker dat je hier mensen vind met eenzelfde doel.  Wie hier binnenloopt,  komt kennis halen en misschien ook wel kennis brengen. Dat is iets dat je met elkaar deelt. Wat je hier in het gebouw aan additionele inspiratie brengt, moet dan ook wel zoveel mogelijk met die motieven van de ons bezoekende doelgroepen, te maken hebben,” zegt Wilma.  “Zulke doelstellingen zijn trouwens niet voorbehouden aan een bibliotheekgebouw; je zou kunnen nadenken hoe je die ambitie op de campus ook op andere plekken -en in samenwerking met andere onderdelen van de TU Delft- kan vormgeven”, is mijn observatie.

Wat heeft deze specifieke Impact! tentoonstelling – met als ondertitel  ‘Ethical reflection through art’ – nu met deze doelstellingen te maken? Wilma: “Responsible Engineering is een belangrijk thema voor de TU Delft. Zowel het CvB als onze studenten zoeken naar een betere, adequatere en passender inbedding en inhoud van het ethiek-onderwijs in de universiteit. Zodat het ethiek-vak studenten meer raakt, beter beklijft, meer effect heeft op hoe ze nadenken over hun vak en hun verantwoordelijke rol in hun toekomstige beroepspraktijk. In het Impact! project hebben medewerkers van de sectie filosofie van TBM samen met hun studenten en enkele promovendi naar zo’n nieuwe vorm voor het ethiek-onderwijs gezocht. Na dat project zochten ze een plek om de resultaten van dat zoekproces te laten zien.  Dus dan is het haakje in de Library gauw gevonden.” Ik vul aan: “Dit Impact! Project probeerde dus ook de vorm van het ethiek-onderwijs zelf aan de orde te stellen en door de resultaten in de Library tentoon te stellen, agendeert de Library mede dit issue in het onderwijs.  Zo heeft in dit geval de vraag wat we in de TU Delft Library doen, ook relatie met de rest van de universitaire context waarin dit soort thema’s wordt geformuleerd.”

Zou de Library bij het organiseren van activiteiten  zo’n intern  signalerende, agenderende rol vaker op zich kunnen of moeten nemen? Wilma: “De Library kan daar inderdaad een belangrijke rol in hebben. Die rol is echter niet autonoom, maar in overeenstemming met wat er speelt in de organisatie. Een groot voordeel van ‘show-casen’ in de Library is dat wij de ruimte en kennis hebben die faculteiten niet altijd hebben. En in de Library bevind je je op neutraal terrein en is er publiek aanwezig afkomstig van de verschillende faculteiten.  Zeker in de tentamenperiode hebben we heel veel  mensen in huis. Of die allemaal een tentoonstelling daadwerkelijk bezoeken of in de tentoongestelde boeken uit de collectie snuffelen, vind ik dan niet het belangrijkste criterium voor een succesvolle activiteit. Het proces van totstandkoming van zo’n tentoonstelling dient op zichzelf al een belangrijk educatief doel. Ook de randprogrammering.  eromheen kan heel interessant en verdiepend zijn, zoals bij de Pi-tentoonstelling en bij de 3D print –tentoonstelling is gebeurd. En om in die programmering steeds te blijven zoeken naar combinaties van het fysieke en het digitale, want we dragen allemaal devices met ons mee. Als het organisatorisch en budgettair mogelijk is, dan is het geweldig als die twee sferen elkaar kunnen aanvullen in zo’n activiteit. In de Impact! tentoonstelling is bijvoorbeeld via een QR-code een link aangebracht naar de inhoud van de bijbehorende catalogus, zodat alle informatie over de getoonde kunstwerken ook doorlopend digitaal beschikbaar is.”

Laat ik een voorbeeld geven uit de Impact! tentoonstelling van wat Wilma hier bedoelt.  Neem het Fruitmandje ‘Apple Watch’ van Emilie Buist: Dit is een werk van een studente die ook vaak met de andere activiteiten in de TU Delft meedoet, bijvoorbeeld in het kader van de Cultural Professor. Bepaalde studenten  grijpen die extra vormende kansen volop aan. Het werk van deze studente is nu opgenomen in een tentoonstelling. Zo biedt de Library ook een podium aan de creatieve geesten die hier rondlopen. Dit zijn de mensen die gretig zijn om zich verder te ontwikkelen en daar ongetwijfeld zo meteen na hun studie iets heel leuks mee gaan doen. Het proces dat ze hebben meegemaakt is dan eigenlijk nog het meest interessante. Maar ook de resultaten zetten ons aan het denken.  In dit geval van de Impact! tentoonstelling is het mede te danken aan de kwaliteit van de begeleiders Zoe Robaey en Shannon Spruit en de visuele coach Annick Spoelstra, dat ze dat uit de deelnemende studenten hebben weten te halen.

In de Impact! tentoonstelling zitten verder verschillende onderwerpen die intrinsiek interessant zijn voor de Library zelf.  Bij een van de ingebrachte studentenwerken  gaat het over data en meta-data. Dat is een relevant (ethisch) vraagstuk voor een universiteitsbibliotheek: hoe gaan we om met informatie die we als Library hebben verkregen, bijvoorbeeld omdat we weten wat mensen lenen. Of: de data van 3TU Data Centre. Wat doen we ermee als we dat in de ‘cloud’ zetten? Is dat dan goed geborgd? Er zijn dus in deze tentoonstelling ook linken te vinden met vraagstukken die in de Library spelen, ook al hebben de studenten die link zelf in eerste instantie niet gelegd. Wij als medewerkers kunnen dat in hun werk zien en die waarnemingen met hen delen; dat is ook verbindend.

Hoe denk jij nu over deze co-creatie met- en voor doelgroepen, vraag ik Wilma.  “Wat in zo’n Impact!-project  mooi belicht wordt, is dat we onze gebruikers de ruimte geven om iets in te richten. Uit eerdere projecten is gebleken dat een ruimte succesvoller wordt voor de gebruikers als ze er iets van zichzelf aan kunnen toevoegen. Dat is in deze Impact! tentoonstelling opnieuw gelukt. Want samen met studenten – die vaak uitgesproken meningen over belangrijke zaken hebben –  zijn doordachte visualisaties van hun ideeën, meningen en vragen tot stand gekomen. Die kunnen via zo’n tentoonstelling in het Library-gebouw worden doorgeven en gedeeld, zodat het voor andere studenten ook interessant wordt. En zodat ze merken dat overdenkingen van andere studenten aansluiten bij de vragen die zij zichzelf ook stellen. Als je het dan over ‘verbinden’ hebt, wat wij al Library als belangrijke kernwaarde  hebben onderscheiden, dan is dat bij een tentoonstelling als deze een duidelijk positief behaald resultaat.” “En er zou nog meer kunnen”, opper ik. “Zo’n tentoonstelling als deze programmeren we vooral voor onze primaire doelgroepen: studenten, docenten en wetenschappers van TU Delft. Echter, als wij iets doen dat breder op de universiteit kan afstralen – zoals in zo’n 3D-print week en expo –  dan is het natuurlijk ook goed om dat tijdens zo’n project veel breder en enthousiasmerend onder de aandacht van een groter publiek te brengen. Ook dan realiseer je je doel om een verbindende hub te zijn.”

Ook intern voor de Library-medewerkers zijn er trouwens doelen met zo’n tentoonstelling gediend. Het is bijvoorbeeld altijd weer verrassend om te zien wat wij dan – aanpalend- uit de collectie kunnen halen om een thematisch onderwerp, bijvoorbeeld bij de Cultural Professor, verder uit te diepen. Ook is het inspirerend om op dat punt samen te werken met andere Library-medewerkers die het leuk vinden om er meer materiaal bij te zoeken, denk aan stukken uit de erfgoedcollectie enz. Dus zo’n tentoonstelling biedt een interne kans om te co-creëren met medewerkers en ze  te betrekken bij een activiteit als deze. Maar ook om hen te enthousiasmeren,  bijvoorbeeld door een rondleiding over de tentoonstelling voor hen te verzorgen, zoals ik als programmamanager regelmatig doe.

Concluderend stelt Wilma tevreden vast: “Eigenlijk komen alle waarden die de Library in haar roadmap heeft geformuleerd in deze Impact! tentoonstelling samen. Er blijkt nieuwsgierigheid uit naar dingen en vraagstukken, die om je heen aanwezig zijn en waar je op reflecteert. Je faciliteert dat de resultaten daarvan worden tentoongesteld en zo worden gedeeld met anderen.  Het betekent open zijn en open staan voor een (onderwijs)experiment, dat vernieuwend is. Het verbindende element hebben we het ook al over gehad. Ook duidelijk is dat het zelfbewust is: je staat voor iets. De Library is als podium juist zo geschikt voor dit soort projecten, omdat we zelf geen mening vormen; we zijn neutraal terrein. Dat maakt het ook voor faculteiten in toenemende mate interessant om bij dit soort tentoonstellingen met de Library samen te werken. Dus er liggen nog allerlei kansen voor de Library in het verschiet!”

De tentoonstelling Impact! Werd georganiseerd door Library in samenwerking met de sectie filosofie van de faculteit TBM. Impact! is nog te bezoeken in de hal van de TU Delft Library tot en met 16 december 2015.