Door Aad van de Wijngaart

Het wordt doodstil in de Oranje Zaal van de Library. Peter Troxler heeft net uitgelegd dat 3D-printen in de industrie tot veel minder overhead zal leiden. Volgens berekeningen van IBM zijn straks tien keer kleinere series al winstgevend. Maar, legt hij uit, een niet onbelangrijk deel van die wegvallende overhead bestaat uit ingenieurs… Precies het soort mensen dat en masse is afgekomen op zijn lezing, getiteld ‘ and Open Design: A Bright Future for Engineering and Design Professionals?’

Zij hadden het kunnen weten: 3D-printen en vergelijkbare technologieën vergen immers weinig of geen tooling of setup-time. Daarom spreekt Troxler van ‘direct digital manufacturing’.

Na de stilte volgt een stroom van vragen en protesten van bezoekers. Troxler, zelf industrial engineer uit Zwitserland en nu lector bij de Hogeschool Rotterdam, geeft ze alle ruimte. Ja, wellicht kunnen ontwerpers straks ook veel sneller en efficiënter werken. Nee, lang niet elke consument zal zelf willen ontwerpen. Trouwens, voegt Troxler toe, zo heel snel gaat de 3D-revolutie ook weer niet: de oudste patenten zijn al acht jaar verlopen.

Volgens hem zijn er diverse rollen denkbaar voor ontwerpers en andere ingenieurs in de nieuwe situatie. Het oude beeld is dat de designer de klant begrijpt en op basis daarvan de producent aanstuurt. Straks echter neemt iedereen een stukje van elke rol. Zo komen we bij de ‘open designer’, volgens sommigen.

Een andere mogelijkheid is dat ontwerpers straks geen eindproducten bedenken, maar ‘configurable products’. Denk bijvoorbeeld aan maatkleding met stoffen en details naar keuze.

Sommige ingenieurs zullen als ‘facilitators’ vooral sociale kwesties willen beïnvloeden of verzachten. Andere zullen zich richten op ‘metadesign’: het ontwikkelen van productiemiddelen.

Een bestaand alternatief is het produceren van een ‘common infrastructure’. Neem bijvoorbeeld OpenDesk: dat bedrijf is begonnen als een kleine design-shop in Londen, die bureaus ontwierp die mensen zelf konden maken met goedkope materialen. Vandaar heeft het zich echter ontwikkeld tot een platform voor dit soort ontwerpen, met een open netwerk van designers en fabrikanten.

Aan het eind van zijn lezing concludeert Troxler dat ‘direct digital manufacturing’ een nieuwe vorm van professionaliteit zal vergen van ontwerpers. Door de kleinschaligheid en flexibiliteit komt de gebruiker centraal te staan. Dat betekent nogal wat: als professional ben je immers de amateur van de use-case. Denk maar aan alles wat een arts ontdekt wanneer hij plotseling zelf patiënt wordt…

Is dit een ‘bright future’? Ach, zegt Troxler ironisch, “heaven and hell are both bright places.”