door: Aad van de Wijngaart

Het eerste waar mijn oog op valt, is een afwasmachine. Het is een ongewone verschijning in de studiezaal van de Library, maar het vaatwerk dat erin ligt uitgestald is nog vreemder. Het zijn exacte kopieën van eeuwenoude, fragiele drinkglazen uit een museumcollectie. De originelen zijn ingescand en nageprint als mallen voor replica’s van (inderdaad vaatwasmachinebestendig) porselein. Zo kun je nu een exacte kopie van een zeventiende-eeuws noppenglas kopen in een Delftse winkel.

Foto: Jan v/d Heul
Bekijk de volledige fotoserie op Flickr.

De tentoonstelling over 3D-printen geeft een breed overzicht van de vele manieren waarop de TU Delft deze nieuwe technologie heeft opgepakt. De vitrines trekken veel aandacht: ik zie peinzende en geïntrigeerde blikken van studenten die blijven staan, vaak met koffiebekers in de hand. Af en toe wordt een smartphone tevoorschijn gehaald om iets vast te leggen. Sommige bezoekers raken erover in gesprek. “Awesome!” “Hé, deze is sick!”

Anderen zakken onderuit in diepe fauteuils om met koptelefoons op het hoofd te kijken naar clips over toepassingen van 3D-printen wereldwijd: een TED Talk over experimentele kunstnieren die in zeven uur op maat geprint worden, of een korte documentaire uit Zuid-Soedan over ter plaatse geprinte kunstarmen voor kinderen die slachtoffer werden van de burgeroorlog.

De Wall of Materials laat zien hoe breed het fysieke spectrum van 3D-printen al is: van rubberachtige materialen tot keramiek, steen en staal. Zelfs houtvezel laat zich printen, dankzij een polymeer als bindmiddel.

Bij Industrial Design Engineering werken studenten aan een open source 3D-metaalprinter die binnen het bereik van velen moet liggen maar toch goede kwaliteit aflevert. De eerste resultaten, van roestbruin staal, contrasteren fraai met de ijle, zachte schoentjes waarmee ze de vitrine delen. Die komen van een ander Delfts project, waarbij maatwerkschoeisel wordt geprint op een bewegende leest.

Ook bij Bouwkunde draaien ze hun hand niet om voor eigen hardware. Gewone 3D-printers vonden ze te laag om modellen van gebouwen te kunnen printen, dus maakten ze er zelf maar eentje. Hij staat op de tentoonstelling: een ruim twee meter hoog samenstel van aluminium, mdf en, voor de complexe onderdelen, 3D-geprinte kunststof.

Vanuit 3ME zijn er voorbeelden te zien van topologische optimalisatie. Simpel gezegd: de perfecte vorm, waarin op elke plek precies voldoende materiaal is gebruikt. Zo bespaar je geld, gewicht en grondstoffen. En het lukt alleen met 3D-printen.

Dit is slechts een fractie van wat er in de Library wordt tentoongesteld. Op allerlei plaatsen binnen de TU Delft wordt immers 3D-printen toegepast, onderzocht en onderwezen. Het colofon op de Library-site presenteert de lange lijst van personen en organisaties die hebben bijgedragen aan de tentoonstelling.

Aan het eind van de expositie zie je wat een commercieel 3D-printbedrijf als Shapeways nu al kan leveren. Je maakt thuis het digitale ontwerp en Shapeways zet het om in de gave, complexe, veelkleurige vormen die je voor ogen had: van armbanden tot flessenopeners en speelgoedautootjes.

Beleven we een nieuwe industriële revolutie? Pieter Stoutjesdijk van Bouwkunde denkt van wel, getuige zijn tijdbalk op de tentoonstelling. Ik ben benieuwd hoe de sprekers in de lezingen van vandaag denken over de mogelijkheden van 3D-printen.