Tagarchief: seminar

Research Support @ Your Desktop

Publiceren is niet eenvoudig: zoveel was duidelijk na de eerste drie presentaties van het seminar ‘Are you ready to publish?’. Maar de laatste spreker, TU Delft Library’s eigen Alenka Prinčič, had goed nieuws voor haar publiek.

Door Aad van de Wijngaart

Zou het niet mooi zijn als je hulp kon krijgen in elke fase van je onderzoek, van het vinden van artikelen tot het bekendmaken van de resultaten? En zou het niet nóg mooier zijn als je niet hoefde te zoeken naar die hulp omdat alles op één plek te vinden was?

Welkom bij de Research Support @ Your Desktop! Deze webportal is opgezet door TU Delft Library om het onderzoekers zo gemakkelijk mogelijk te maken.

Alenka Prinčič

De portal splitst het proces in vier fasen: Idea generation, Funding, Experimentation and Publishing. Kies één categorie en er verschijnen subtopics, zoals ‘Publishing support at TU Delft’ of ‘Manage & archive your research data’. Klik op het laatstgenoemde item en je ziet meerdere deelonderwerpen, zoals ‘Set-up a Data Lab’ of ‘Obtain a DOI for your datasets’.

Vervolgens presenteert de portal niet alleen informatie en links over het onderwerp en hoe je het aan moet pakken, maar ook contactinformatie van mensen die klaarstaan om je te helpen. En je kunt commentaar over je eigen ervaringen plaatsen, dus de portal biedt tweerichtingsverkeer om kennis en bewustwording te vergroten.

Met Research Support hoopt TU Delft Library het extra werk rondom je onderzoeksproces te vergemakkelijken. Zodat jij je kunt focussen op de dingen waar je echt om geeft, en de beste resultaten kunt halen uit je werk.

Geïnteresseerd? Kijk op researchsupport.tudelft.nl!

Omgaan met de impactfactor

Thed van Leeuwen is als onderzoeker bij het Centre for Science and Technology Studies aan de Universiteit Leiden gespecialiseerd in bibliometrie: de studie van kwantitatieve analyse van wetenschappelijke output. Bij het seminar ‘Are you ready to publish?’, georganiseerd door TU Delft Library, deed hij een boekje open over de fameuze impactfactor.

Door Aad van de Wijngaart

Wetenschappers hebben nooit gevraagd om de impactfactor. Hij werd vanaf de jaren ’70 geïntroduceerd door wetenschapsbeleidsmakers die ‘objectieve’ beoordelingscriteria zochten, onafhankelijk van peer-review en plaatselijke managers. Door te meten hoe vaak artikelen werden geciteerd, verwachtten ze een zuiver beeld te krijgen van hun ‘impact’ – en die van hun auteurs.

Thed van Leeuwen

Het systeem was een blijvertje. Het groeide steeds verder uit en domineert nu een groot deel van het academisch leven. Citaties geven je krediet; dit helpt om aanstellingen te vinden, en geld voor verder onderzoek. Dus de impactfactor is belangrijk omdat hij belangrijk is gemaakt.

Er zijn echter problemen mee, zozeer zelfs dat Van Leeuwen sprak van “beruchte bibliometrische indicatoren”.

Een probleem dat citatieanalyse heeft bemoeilijkt is het verschijnsel van persoonsnamen die op elkaar lijken of op verschillende manieren worden geschreven. Denk bijvoorbeeld aan al die Chinese namen die in westers schrift identiek zijn. Wie moet voor welk artikel krediet krijgen?

Ernstiger is dat de impactfactor geen andere wetenschappelijke verdiensten meet, zoals goed lesgeven, zitting hebben in tijdschriftredacties of het delen van onderzoeksgegevens. En als jouw vakgebied in de Rechten of Letteren ligt, dan zal je sowieso weinig ‘impact’ toegekend krijgen, aangezien de gebruiken van deze gebieden niet goed passen in het model van de impactfactor.

Een ander probleem: de impactfactor van een onderzoeker kan gigantisch variëren, afhankelijk van de vraag of je die meet in Web of Science of in Google Scholar, dat veel meer soorten publicaties meeneemt.

Het ergste van alles is dat de impactfactor oudere, ervaren en hyperproductieve auteurs bevoordeelt. Hij bracht ons de cultuur van ‘publish or perish’, maar tegelijk werpt hij een barrière op voor nieuwkomers, ongeacht de kwaliteit van hun werk.

Het is dus belangrijk om je te realiseren dat impact niet gelijkstaat aan kwaliteit. Hij vertelt je alleen hoeveel invloed mensen een collega toekennen door zijn werk te citeren. Onthoud dat, wanneer je op zoek gaat naar literatuur: kijk niet alleen naar de impactfactor!

Iets anders om te onthouden is hoe je om moet gaan met de impactfactor van tijdschriften. Maak je geen zorgen als je artikel niet in Nature komt: Van Leeuwen legde uit dat je ook een hoge impact kunt bereiken als je schrijft in een blad met een gemiddelde impactfactor.

Omgaan met reviewers

De tweede spreker op het seminar ‘Are you ready to publish?’, georganiseerd door TU Delft Library, was a ‘local hero’: Pieter Jan Stappers, hoogleraar bij de faculteit Industrieel Ontwerpen. In zijn uitstekende presentatie legde hij uit hoe reviewers naar je artikel zullen kijken. Hoe steek je boven het maaiveld uit? Enkele van zijn highlights vind je hieronder.

Door Aad van de Wijngaart

De eerste regel is: volg de regels! Als je een paper inzendt, dan moet je het format volgen dat daarvoor is aangegeven. En dat is eigenlijk goed nieuws, want dan kun je je meteen focussen op de inhoud van je verhaal.

De tweede, en meest fundamentele, regel is: zeg wat je doet en doe wat je zegt! Stel jezelf voor in de positie van de lezer, want die moet je gaan overtuigen.

Dit betekent dat je veel aandacht moet besteden aan de eerste indruk die je artikel gaat maken. Je titel moet de aandacht vestigen op je werk, terwijl de abstract wat meer weggeeft over de inhoud, inclusief je voornaamste conclusies. Denk eraan, een wetenschappelijk artikel is geen detectiveboek. En het is ook geen vakantieverhaal: besteed niet meer ruimte dan nodig is aan alles wat je hebt gedaan voor het onderzoek.


Pieter Jan Stappers

Realiseer je dat alleen beginners artikelen van begin tot eind lezen. Professionals, en vooral reviewers, zien voortdurend een stortvloed van artikelen op zich afkomen. Daarom zweven ze erboven als haviken, loerend op smakelijke prooi. Een wetenschapper zal misschien drie seconden naar de titel kijken, om te bepalen of het relevant is, en dan dertig seconden naar de abstract: ziet hij iets nieuws? Als het antwoord nee is, gaat hij door naar het volgende artikel.

En dan is er de categorie lezers die zichzelf andere vragen stelt. Ken ik de auteur? Citeert hij mij, of mensen die ik vertrouw? Deze attitude is een van de sociale fenomenen waar beginnende auteurs mee worden geconfronteerd.

Een ander aspect dat vaak over het hoofd wordt gezien zijn de afbeeldingen. Vooral tegenwoordig zijn plaatjes vaak het eerste waar veel mensen naar kijken. Maak daar gebruik van! Plaatjes en grafieken kunnen werken als haakjes waarmee je mensen je artikel in trekt. Het is dus duidelijk dat je ze heel zorgvuldig moet uitkiezen: ze moeten de inhoud, en vooral je hoofdpunten, krachtig ondersteunen. Je kunt de afbeeldingen al selecteren voordat je met schrijven begint.

En vergeet de bijschriften niet. Goede bijschriften vertellen waarom je naar het plaatje moet kijken. Verwacht niet dat mensen zelf het belang van iets inzien: zeg het ze gewoon!

Stappers presenteerde nog veel meer tips en inzichten. Maar hij haastte zich om er een andere basisregel van het schrijven aan toe te voegen. Die luidt: schrijf! Wees niet bang om gewoon te beginnen. Maar als je klaar bent, ga dan meteen aan het reviseren, want je wilt dat jouw werk er straks uitspringt.