Tentoonstelling over Granpré Molière in de vitrine van de bibliotheek van Bouwkunde

door Ad Bercht

Waarom deze tentoonstelling?

Om in staat te zijn hun studie te kunnen voortzetten, werden studenten in Delft tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter gedwongen een loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Studenten die weigerden de verklaring te ondertekenen liepen het risico naar Duitsland te worden gestuurd voor gedwongen tewerkstelling (de “Arbeitseinsatz”). Één van de studenten die Moliere-002weigerden te tekenen, leefde met zijn ouders in Wassenaar. Maar tijdens de oorlogsjaren was hij elders ondergedoken. Toen hij na de oorlog naar het huis van zijn ouders terugkeerde, vond hij daar de brieven over bouwkunst van de hand van Granpré Molière, hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft die toen nog de Technische Hogeschool werd genoemd. Granpré Molière, die ook in Wassenaar woonde, bedoelde deze lesbrieven als een schriftelijke cursus. Ze verkeerden echter in een slechte conditie. Daarom werden ze overgetypt door de zus van de bouwkunde student. Onlangs werden de brieven geschonken aan onze bibliotheek, de directe aanleiding voor deze tentoonstelling. De TU Delft Library is ook in het bezit van een originele set met de brieven.

Wie was Granpré Molière?

Marinus Jan Granpré Molière (1883-1972) studeerde bouwkunde in Delft. In 1924 werd hij benoemd tot hoogleraar aan die faculteit waar hij bouwkunde en stedenbouw doceerde. Tegelijkertijd had hij ook zijn eigen architectenbureau. Granpré Molière was een man met traditionele ideeën. Gebouwen zouden een duidelijk te herkennen, eenvoudige vorm moeten hebben gebaseerd op universele en zelfs “eeuwige” normen. Schoonheid was  een belangrijk begrip in zijn denken en onderwijs. Religie, en dan vooral zijn bekering tot het katholicisme, beïnvloedde verder zijn ideeën. Het culturele klimaat aan de faculteit Bouwkunde was in deze jaren nog erg conservatief en Granpré Molière speelde een centrale en invloedrijke rol in het architectuurdebat.  Zijn theorieën  vormden de basis voor een stroming in de bouwkunst die bekend werd als de Delftse School. Van zijn ontwerpen is vooral de tuinstad Vreewijk in Rotterdam bekend. Andere projecten waren het stadhuis van Renkum en zijn masterplan voor dorpen in de Noordoostpolder. Na de oorlog was hij betrokken bij de reconstructie van de stad Groningen.

Één van Granpré Molière’s bewonderaars was de traditionalistische architect Johannes Fake Berghoef. Samen met andere studenten vormde hij de Bouwkundige Studiekring. Granpré Molière was hiervan de voorzitter. Ontmoetingen vonden in zijn huis plaats. Later nam Berghoef de functie van voorzitter over.
Na de oorlog vielen eens hoog gewaarde figuren als Granpré Molière en Berghoef uit de gratie bij de studenten vanwege hun traditionele ideeën.

De Groep van Delft

Het conservatieve klimaat in Delft liet geen ruimte over voor andere opvattingen over bouwkunst. Dat leidde in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog bij een aantal studenten tot gevoelens van onvrede. Zo vormde zich rond de student Jan Albarda een groep met gelijkgestemden. Zij wilden meer aandacht voor andere houdingen en opvattingen binnen de bouwkunst. In 1933 hield één van de leden van de groep een voordracht waarbij opgeroepen werd tot het bewandelen van nieuwe wegen, weg van het traditionalisme. Dit manifestachtige optreden was de laatst bekende activiteit van de groep.

Enige tijd geleden werd een boek geschreven over deze kortlevende beweging, Jan Albarda en de Groep van Delft: moderniteit in een behoudende omgeving. Zie voor meer informatie over De Groep ook het artikel dat in Delta werd gepubliceerd.

Moliere-005

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *